Problemen van voetballers bij uitkering

1 oktober 2002

· Vorige week schetsten we op deze site reeds hoe de aanvraag van een WW-uitkering op problemen kan stuiten. Maar ook het gedurende langere tijd behouden van een (juist berekende) loongerelateerde uitkering is tegenwoordig een hele klus.

Vele juist gestopte voetballers ondervonden inmiddels aan den lijve dat de bij de uitvoeringsinstantie werkzame mensen weinig kennis hebben van de normale gang van zaken in het betaalde voetbal. Op veel begrip hoeven voetballers ook niet altijd te rekenen. De voorbeelden zijn talrijk.

 

Een kenmerkend voorbeeld is het zeer rigide toepassen van de sollicitatieplicht. Dit ondervond onder meer John Feskens. Feskens kan toch moeilijk – zoals blijkbaar verwacht wordt – iedere week een andere BVO een sollicitatiebrief sturen.

 

Een andere variant is de onjuiste berekening van de uitkering: men vergeet dan aanvankelijk om de gemiddeld ontvangen premiebedragen mee te nemen. Dit ondervond bijvoorbeeld René Jansen van Emmen.

 

Wat tegenwoordig ook gebruik is, is het weigeren van een uitkering aan spelers die onvrijwillig terugkeren van een buitenlands avontuur, zoals Chaly Jones van Uniao Madeira en Brian Wilsterman van Rotherham United.

 

Een laatste voorbeeld uit de praktijk betreft de situatie van Maarten Schops. Hem trof een dubbel verwijt. Nadat de arbitragecommissie besloot zijn contract te ontbinden, achtte de Uitvoeringsinstantie hem verwijtbaar werkloos, met alle (financiële) gevolgen van dien. Voorts achtte men de periode dat de speler, overigens zonder voorafgaand overleg met Cadans (let hier op!), stage liep in het buitenland niet acceptabel.

 

In alle hierboven geschreven situaties tekende de VVCS reeds bezwaar aan.