Vereniging van Contract Spelers                                                                                                            

Ook in het buitenland ben ik lid. Van de VVCS.

De VVCS en ik.
Een sterk team.

Ook in het buitenland een goed contract.
Door de VVCS.

Mij voorbereiden op een tweede carrière doe ik zelf. Met de VVCS.

Via Team VVCS fit het seizoen gestart bij een nieuwe club. Service
van de VVCS.

Ik stimuleer mijn spelers zich te ontwikkelen.
Net als de VVCS.

Een voetballeven kan soms raar lopen. Vraag maar aan Guyon Philips. De 25-jarige aanvaller vond zich afgelopen zomer ineens terug op IJsland. Nu wil hij er voorlopig niet meer weg.

Guyon Philips zegt het maar gewoon eerlijk: van IJsland wist hij niets toen hij deze zomer in het vliegtuig naar Reykjavik stapte. ‘Ja, dat het er koud kan zijn.’ Maar verder? Niets. ‘Het is ook niet het eerste land waar je aan denkt bij een buitenlands avontuur’, lacht hij. ‘Maar goed, dingen lopen soms zoals ze lopen.’

Philips is een 1.93 meter lange spits van 25 jaar die in Nederland de jeugdopleiding van Vitesse doorliep en daarna uitkwam voor respectievelijk Go Ahead Eagles, FC Volendam, Telstar, Achilles’29 en FC Oss. Nadat hij in de zomer bij Team VVCS had meegetraind, tekende hij in IJsland een contract bij UMF Vikingur, een club uitkomend op het tweede niveau in IJsland. De ploeg had zich ten doel gesteld om te promoveren naar de hoogste divisie en kon daarbij een (kop)sterke aanvaller uit Nederland wel gebruiken.

Wanneer hoorde je van de belangstelling?
‘Het is allemaal heel snel gegaan. Ingólfur Sigurðsson is een IJslandse jongen die nog ken van FC Volendam. Hij was daar op proef en ik reed hem vaak terug naar zijn hotel. Eigenlijk heb ik hem gewoon gevraagd of hij nog een club voor me wist. Een beetje een gok, maar nog diezelfde dag belde hij terug: ‘Stuur je beelden maar op naar Vinkingur, ze hebben interesse’. Een half uur later kwam er een aanbieding binnen. Die zag er goed uit. Een dag later zat ik in het vliegtuig naar  IJsland.

Nog wel even gegoogeld waar je terecht zou komen?
‘Ja, zeker. Laat ik het zo zeggen: ik had al snel door dat je wel avontuurlijk ingesteld moest zijn om het hier naar je zin te hebben. Vinkingur speelt in de plaats Ólafsvík, een dorpje van 1000 inwoners, op 200 kilometer van Reykjavik, waar de meeste mensen in IJsland wonen. Ólafsvík ligt in the middle of nowhere. Daarom zitten ook veel buitenlandse spelers bij deze club. Voor veel IJslanders is het te ver van de bewoonde wereld.’

Wat gaf de doorslag om het toch te doen?
‘Het feit dat ik niets te verliezen had. Mijn relatie was net uit, ik had een lastige tijd in het voetbal gehad. Ik dacht: weet je wat, ik zeg mijn huis op en doe het gewoon!’

En?
‘Ik heb inmiddels een IJslandse vriendin, haha. Het leven kan soms raar lopen. Ik heb zeven jaar samengewoond, maar dat ging deze zomer uit. Achteraf viel het precies samen met dit avontuur.’

Hoe is het in voetballend opzicht bevallen?
‘Toch wel iets minder, moet ik zeggen. De competitie loopt hier, vanwege de extreem koude winter, van april tot eind september. Ik kwam dus midden in het seizoen, dat is niet ideaal geweest. Uiteindelijk heb ik maar zes wedstrijden gespeeld, en niet gescoord. Het voetbal is een beetje zoals je dat in de lage Engelse en Schotse divisies vaak ziet: veel lange ballen naar voren. Op zich vind ik dat nog niet zo erg, maar dan moeten die ballen wel een beetje op maat zijn.’

Inmiddels is de competitie dus afgelopen en zoekt Philips naar een nieuwe uitdaging in IJsland. Die hoopt hij te vinden bij het uit de hoogste divisie gedegradeerde Keflavík. Bij die ploeg traint hij nu mee. Het zou voor de 25-jarige spits de negende club in zijn carrière zijn.

Negen clubs in vijf jaar. Ja, dat is veel, moet Philips toegeven. Zijn loopbaan is tot nu toe een aaneenschakeling van blessures en pech met trainerswissels geweest. Ook het overlijden van zijn moeder wierp hem ver terug. ‘Maar ik moet ook in de spiegel kijken’, beseft hij. ‘Het kan niet alleen maar zo zijn dat het aan anderen ligt. Misschien ben ik soms te mondig geweest richting trainers.’

Het gevolg was een grillige carrière, ver weg van de schijnwerpers van de eredivisie. En dat was wel zijn droom toen hij bij Vitesse de jeugdopleiding doorliep. Het lukte hem echter niet om de laatste stap naar het eerste elftal te zetten. ‘Het was in Arnhem de tijd van Jordania’, legt hij uit. ‘Voor jeugdspelers was nauwelijks plek. Ik had spelers als Bony, Pedersen, Reis en Havenaar voor me. Dan moet je reëel zijn: dan wordt het een lastig verhaal.’

Philips stapte over naar Go Ahead Eagles. Daar kreeg hij te maken met Erik ten Hag als trainer. ‘De beste die ik ooit heb meegemaakt’, zegt hij. Ondanks het feit dat hij niet veel speelde, zijn rol was die van pinchhitter. ‘Maar Ten Hag gaf iedereen het gevoel dat hij belangrijk was. Niet alleen de nummer 1, maar ook de nummer 30. Ik vond hem ijzersterk. Niet alleen tactisch, maar ook in de communicatie.’

Terwijl hij in de media juist wordt afgeschilderd als een stugge man…
‘Dat komt volgens mij omdat hij alles overdenkt, ook wat hij in de media zegt. Het verbaasde mij niet dat hij naar Ajax ging, hij is de meest complete trainer die er in mijn ogen rondloopt in Nederland. Op trainingen leek het soms of hij ogen in zijn rug had. Hij zag álles. Vrienden van mij zijn voor Ajax. Zij waren vorig seizoen gereserveerd toen Ten Hag kwam. Maar ik voorspelde al: hij is iemand die tijd nodig heeft om een team neer te zetten. Wacht maar af, die gaan voor de Champions League en het kampioenschap. En zie nu, ze zijn aardig op weg. Ten Hag heeft me ook geïnspireerd om meer van het trainersvak te weten te komen. Ik ben mijn papieren aan het halen. Achteraf denk ik weleens: was ik hem maar niet zo vroeg in mijn carrière tegengekomen. Alle trainers na hem zijn minder. Dan ga je je snel irriteren. Dat is niet altijd goed geweest.’

Philips kwam via FC Volendam en Telstar in 2017 bij Achilles’29 terecht waar hij tevergeefs op zijn salaris wachtte. Een dieptepunt in zijn carrière. FC Oss ving hem op. ‘Daar ben ik trainer Klaas Wels nog altijd dankbaar voor.’ Maar in Brabant sloeg opnieuw het noodlot toe: Philips brak zijn enkel. Seizoen over.

Hij zegt eerlijk: ‘Toen dacht ik wel: het wordt nu lastig om aan een nieuwe club te komen. Ik heb in de voorbereiding nog met Alemannia Aachen meegedaan. Ze waren op zich tevreden, maar we kwamen er financieel niet uit. Daarna heb ik in Berlijn nog meegespeeld bij een club, maar die zochten een ander type spits, en ik ben voor een testwedstrijd op en neer gegaan naar Luxemburg. Dat ging perfect, want zowel die ploeg als de tegenstander wilde me hebben, maar ze konden me niet betalen. Onderwijl hield ik mijn conditie op peil bij Team VVCS. Het was achteraf gezien een hele hectische, onzekere periode. Gelukkig kwam IJsland toen op mijn pad. Het betekende rust in mijn hoofd.’

Wat is het leuke van voetballen op IJsland?
‘Het is verfrissend. In Nederland weet je op een gegeven moment wel wat het is om bij Helmond Sport te spelen. Hier kwam ik in andere stadions, met nieuwe tegenstanders. Dat was leuk.’

En wat is niet leuk aan voetballen op IJsland?
‘Wat ik zei: het voetbal is hier anders. Vooraf waarschuwden ze: hou er wel rekening mee dat het in IJsland veel fysieker is, veel meer knokken. Dat bleek ook echt zo te zijn. Gelukkig staat Keflavík bekend als een meer voetballende ploeg. Ik hoop daar beter tot mijn recht te komen.’