‘Toestroom van goedkope spelers uit nieuwe EU-landen van de baan’

21 februari 2004

Het kabinet heeft afgelopen vrijdag besloten voor toelating van werknemers uit de nieuwe EU-landen een arbeidsmarkttoets in te stellen. Wat betekent dit voor het Nederlands betaald voetbal? Mr. Louis Everard van de VVCS: ‘Dit is goed nieuws. De vrees dat een grote stroom goedkope arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten de plaats van Nederlands talent zal gaan innemen lijkt met dit besluit weggenomen. Al moet de definitieve beslissing nog genomen worden.’

Het kabinetsbesluit houdt in dat bij het verlenen van een tewerkstellingsvergunning per arbeidsmarkt gekeken zal worden of de nieuwe arbeidsmigranten geen Nederlandse werknemers verdringen. Alleen sectoren waarin een aantoonbaar tekort aan arbeidskrachten bestaat zouden ontheffing krijgen. Everard: ‘Van een dergelijk tekort is in het Nederlands betaald voetbal echter geen sprake.’



Het ministerie van Sociale Zaken buigt zich de komende weken over het arbeidsmarktadvies voor de sportsector. De verwachting is dat het advies, dat normaal gesproken bindend is, in de loop van maart bekend zal worden.

Wanneer Sociale Zaken zal besluiten dat er in het Nederlands betaald voetbal geen sprake is van een tekort aan arbeidskrachten zullen werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten in elk geval de komende twee jaar nog een werkvergunning moeten aanvragen. Zo’n werkvergunning wordt in het Nederlands betaald voetbal al een aantal jaren slechts aan niet EU-werknemers verleend wanneer zij aan de zogenaamde inkomenstoets voldoen.

Een niet-EU-speler van onder de 20 jaar moet ten minste 218.246 euro (75% van het gemiddelde salaris in het betaald voetbal) verdienen om voor een werkvergunning in aanmerking te komen. Voetballers van 20 jaar en ouder moeten minstens 436.492 euro (150% van het gemiddelde) verdienen om in Nederland te kunnen spelen.

Deze financiële barrière werd een aantal jaren geleden opgeworpen om goedkope (lees: middelmatige) spelers van buiten de EU uit het Nederlands voetbal te weren. Niet-EU-spelers waren welkom, mits ze werkelijk iets toevoegden aan het niveau van het Nederlands voetbal.


Andrzej Niedzielan (foto: Proshots)

Everard: ‘Een voorbeeld van zo’n speler van buiten de EU die onlangs het Nederlands voetbal kwam verrijken is de Poolse spits van NEC Andrzej Niedzielan. Het kabinetsbesluit zal naar mijn inschatting betekenen dat er wat dat betreft niets veranderd. Ook nadat Polen op 1 mei 2004 toetreedt tot de EU zullen spelers uit dit land aan de inkomenstoets moeten voldoen om een werkvergunning te kunnen verkrijgen.’

Een dergelijke beperking zou dan ook gelden voor spelers uit Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Estland, Letland en Litouwen. Voor spelers uit twee andere nieuwe lidstaten, Cyprus en Malta, zullen geen beperkingen gelden.

Lange tijd leek Nederland wel direct de grenzen te openen voor arbeidskrachten uit de nieuwe EU-landen. Menig Nederlandse club meende reeds de financiële problemen het hoofd te kunnen bieden door Nederlandse spelers te vervangen door goedkope spelers uit de nieuwe EU-landen.

De VVCS vond echter dat een beperkende maatregel op zijn plaats zou zijn, zeker omdat de omringende landen wèl besloten de grenzen gesloten te houden. Door het kabinetsbesluit van afgelopen vrijdag lijkt Nederland zich aan te sluiten bij de overige EU-landen. Slechts Ierland zal de grenzen voor werknemers uit de nieuwe EU-landen per 1 mei 2004 openen.